Het UWV houdt moed
Datum: Haarlem, 08-03-2017
Auteur: Martijn Mense
Mevrouw C. heef zich ongeveer acht jaar geleden ziek gemeld bij haar werkgever. Haar klachten duiden op slijtage. C. heeft geen opleiding gevolgd en is de Nederlandse taal niet machtig. Na twee jaar, waarin C. werd doorbetaald door haar werkgever, kwam C. in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De arbeidsdeskundige concludeerde dat C. 100% arbeidsongeschikt was.
Op verzoek van C.’s werkgever werd C. vier jaar later nog een keer gekeurd. De verzekeringsarts kwam tot de conclusie dat de toestand van C. niet was gewijzigd.
De Wet WIA kent een tijdelijke uitkering genaamd Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA-uitkering) en een uitkering genaamd Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) met een permanent karakter. C. vond dat zij gezien haar voortdurende arbeidsongeschiktheid aanspraak kon maken op een IVA-uitkering.
Het UWV vond C. te pessimistisch. Het zou vast nog wel goed komen. De IVA-uitkering werd dan ook geweigerd.
C. maakte bezwaar tegen die weigering. Het UWV veranderde niet van gedachten en weigerde de IVA-uitkering in bezwaar nogmaals. C. verzocht mij beroep in te stellen tegen die beslissing op bezwaar.
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens de Wet WIA de persoon die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% van het maatmaninkomen te verdienen. Onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie.
In het beroep kwam de vraag aan de orde waar het UWV zijn optimisme op meende te kunnen baseren. Vast stond dat C. 100% arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts had dat twee keer in een tijdsbestek van vier jaar vastgesteld. De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige waren ook niet van mening dat er - behoudens een verbetering van C.’ s fysieke toestand - uitzicht was op (gedeeltelijke) arbeidsgeschiktheid. C.’ s toestand was medisch stabiel in de zin van de wet.
Bij nader inzien moest het UWV toegeven dat dat optimisme nergens op gebaseerd was. Het UWV verklaarde het bezwaar daarom alsnog gegrond en kende C. de IVA-uitkering toe.
Optimisme is te prijzen. Maar niet altijd.
Martijn Mense, advocaat te Haarlem